Effectief woordenschatonderwijs in een combinatiegroep

Je bent hier: Home / Over Cedin / Nieuws en achtergrond / Effectief woordenschatonderwijs in een combinatiegroep

Artikel

Effectief woordenschatonderwijs in een combinatiegroep

Als het gaat om het onderwijs in een combinatiegroep dan zoeken leerkrachten de oplossingen vaak in klassenmanagement, doelmatigheid en het zo zelfstandig laten werken van leerlingen. Dat kan leuker én effectiever met de werkwijze Kansrijke Combinatie Groepen (KCG). Deze, door Cedin ontwikkelde werkwijze, garandeert een hoge kwaliteit van onderwijs, differentiatie, betrokkenheid en eigenaarschap van leerlingen. Tegelijk vermindert de werkwijze de werkdruk die leerkrachten in combinatiegroepen vaak ervaren en krijgt men de ‘regie’ weer terug. In dit artikel wordt uitgelegd hoe je het woordenschatonderwijs effectief vormgeeft in een combinatiegroep.

De drie pijlers waar de werkwijze Kansrijke Combinatie Groepen op rust zijn:

  • Het reduceren van aantal instructiemomenten per dag.
  • Het vergroten van de kwaliteit van de instructie en didactische vaardigheden.
  • Van individueel en zelfstandig (ver)werken, naar sociaal en interactief leren (met coöperatieve werkvormen).

De werkwijze Kansrijke Combinatie Groepen is geschikt voor verschillende vakgebieden: woordenschat, spelling, taal, begrijpend lezen of rekenen. Met welk vakgebied je start is afhankelijk van de situatie en de wensen van de school. Je kunt starten met het woordenschatonderwijs. Hoe je dat doet, lees je in dit artikel.

Hoe doe je dat met woordenschat?

Taalmethodes bieden vaak per groep een set woorden aan om de woordenschat te vergroten. Het advies is echter om de hele groep dezelfde woorden aan te leren. Vaak verschillen woorden namelijk niet van elkaar in moeilijkheid. Je kunt je afvragen wat een ‘moeilijk’ woord is. Het principe van een nieuw woord aanleren is bij ieder woord hetzelfde. “Wie zegt dat aquarel een moeilijker woord is dan bijvoorbeeld aarzelen?”, zegt Piers van der Sluis, onderwijsadviseur en taal-leesspecialist bij Cedin. “Het belangrijkste is dat je woorden goed uitlegt en erover nadenkt hoe je leerlingen de woorden gaat aanleren. De truc is dat je kinderen clusters woorden aanleert, die met elkaar verbonden zijn. Dat maakt het voor leerlingen makkelijker te onthouden. Denk aan zaaien, planten, poten, oogsten.”

Rust voor jou als leerkracht

Als je dezelfde set woorden aanbiedt aan beide groepen, dan geeft dat meer tijd om de woorden aan te leren en meer mogelijkheden voor coöperatieve werkvormen met de hele groep. De literatuur leert ons dat je minimaal zeven keer met een woord iets gedaan en geoefend moet hebben, wil het onderdeel zijn van je woordenschat. Meer tijd om met beide klassen met een set woorden aan de slag te gaan zorgt ervoor dat een woord vaker herhaald wordt en uiteindelijk beklijft. De kans dat leerlingen woorden daadwerkelijk leren kennen (passieve woordenschat) én gaan gebruiken (actieve woordenschat) is dan vele male groter. En daar bovenop geeft het jouw als leerkracht rust.

Woorden aanleren met de 4-Taktdicatiek

De 4-Taktdicatiek is een bewezen effectieve didactiek voor het aanleren van nieuwe woorden en het is aan te raden deze te gebruiken tijdens het woordenschatonderwijs in je combinatiegroep. De vier stappen van de 4-Tactdidactiek zijn:

  • voorbewerken,
  • semantiseren,
  • consolideren en
  • controleren.

Voorbewerken

In de eerste fase breng je de leerlingen in de ‘woordenschatstand’: je brengt ze in de stemming om een nieuw woord te leren. Bijvoorbeeld met iets geks, een toneelstukje of een filmpje. Leerlingen op deze manier voorbewerken met een voorbeeld zorgt ervoor dat ze het woord koppelen aan een situatie en het beter onthouden.

Semantiseren

Semantiseren is de tweede stap van de didactiek waarbij je heel duidelijk uitlegt wat het woord betekent. Je vertelt erover, geeft een voorbeeld, laat het zien, praat er samen over, hangt het op in de klas, zodat de leerlingen het zien, et cetera.

Consolideren

Je gaat met het woord aan de slag! Je laat de woorden in minimaal zeven vormen aan de leerlingen voorbij komen. Deze fase kost de meeste tijd. Maar doordat je de hele groep dezelfde set woorden aanleert, komt hier automatisch tijd voor vrij. In deze fase is het aan jou als leerkracht om leerlingen op verschillende manieren te laten oefenen met de nieuwe woorden. Denk aan een spelletje, laat leerlingen een zin maken met het woord, praat er samen over en laat hen zelf voorbeelden bedenken met het nieuwe woord. Wellicht heeft iemand iets gedaan dat te maken heeft met het woord. Hier kun je veel variatie in aanbrengen. Jouw creativiteit maakt het verschil.

Controleren

De laatste fase bestaat uit het controleren c.q. het toetsen van de nieuwe woorden. Het advies is dit te doen door het systematisch observeren van de leerlingen. Je geeft daarbij de leerlingen een opdracht om de woorden actief toe te passen en observeert systematisch (een groepje) leerlingen of dat goed gaat. Op die manier toets je niet alleen de passieve, maar ook de actieve woordenschat.

Woordenschatonderwijs leuker en effectiever

Je woordenschatonderwijs op deze manier vormgeven in een combinatieklas maakt het een stuk leuker en effectiever! Het leidt tot succeservaringen bij zowel de leerkracht als de leerlingen en woorden beklijven beter. Er is meer tijd voor instructie, meer tijd voor actieve coöperatieve werkvormen en leerkrachten ervaren met deze manier van woordenschatonderwijs meer rust en regie.

Neem contact op

Heb je vragen over de dienstverlening van Cedin? Stuur ons een bericht en we nemen zo spoedig mogelijk contact met je op.

Start met typen en druk op enter om te zoeken..